STUDENTENTAAL
Stel dat je na deze opleiding verder gaat studeren. De
"vaktaal" binnen het studentenleven is ongekend en soms onbemind. Hier
volgt alvast het "STUDENTENTAAL"-alfabet:
A
- Adten/atten; een biertje adten/atten, je glas in
een teug opdrinken, komt van Ad fundum; tot op de bodem
- Afpilsen; na een lange avond/nacht nog een
pilsje drinken
- Afstuderen; zijn studie (aan een universiteit of
academie) voltooien: hij heeft in drie jaren afgestudeerd, hij is al lang
afgestudeerd
- Afstudeeronderzoek; onderzoek waarop men hoopt
te kunnen afstuderen
- Afstudeeropdracht; opdracht die men uitvoert om
te kunnen afstuderen
- Afstudeerrichting; richting waarin men (in 't
bijzonder in een faculteit) kan afstuderen
- Afstudeerscriptie; eindscriptie
- Almanak; jaarboek van universiteit of vereniging
B
- Ballo; golfer, een ongelooflijke lul
- Brallen; luid snuiven, synoniem opscheppen:
brallende corpsballen
- Brassen; beuken
- Buikhuilen; pissen
- Bul; oorkonde van een academische senaat,
waarbij de doctorsgraad verleend wordt
C
- College; les van een hoogleraar
- Collegeaantekening; aantekening voor een te
geven of van een gevolgd college
- Collegegeld; bedrag dat men storten moet om
colleges aan een universiteit of hogeschool te mogen bijwonen
- Collegehengst; student die al te trouw de
colleges volgt
- Collegekaart; identiteitskaart van een student
- Collegeloper; geregeld volger van academische
lessen
- Collegestof; tijdens een college behandelde stof
- Collegezaal; vertrek waar colleges worden
gegeven
- Corps; als verkorting van studentencorps
- Corpsbal; (informeel, ongunstig) bekakt pratend,
rumoerig en aanstellerig optredend corpslid, sysnomiem corpspik 2(bij
corpsleden) ouderejaars, die meer rechten heeft dan de jongere leden
- Corpsgeest; gevoel voor de verbondenheid met een
samenhang van het corps
- Corpslid; persoon die lid is van een corps
- Corpspik; (informeel, ongunstig) corpsbal
- Corpsstudent; student die lid is van het corps
- Cursus; HBO-opleiding
- CV-rukker; iemand die een bestuursfunctie doet
voor zijn cv
D
- Das; als verkorting van stropdas
- Dispuut; 1 (studenten) studiekring en debatclub
2 onderafdeling van een studentenvereniging
- Doctor; geleerde, leraar, iemand die in het
bezit is van de hoogste academische graad: doctor in de rechten, de
letteren, enz.
- Doctoraal; 1 van (een) doctor: de doctorale
graad; doctoraal examen, examen waardoor men doctorandus wordt en tot de
promotie is toegelaten 2 doctoraal examen: zijn doctoraal doen; na zijn
doctoraal
- Doctoraalscriptie; voor het doctoraalexamen te
maken scriptie
- Doctoraalstudent; student die tot de studie voor
het doctoraal examen is toegelaten
- Doctorandus; (doctor moetende worden, hij die
doctor moet worden) iemand die doctoraal examen heeft gedaan en dus tot de
promotie is toegestaan
- Doctoreren; promoveren
- Doctorsbul; diploma van doctor
- Doctorsgraad; academische graad men krijgt
wanneer men gepromoveerd is
- Dot; clitoris (Op die dot!)
- Driedelig; uit drie deln bestaand; in drie delen
verdeeld: een driedelig kostuum, herenkostuum met vest; driedelig grijs:
grijs herenkostuum met vest
F
- Faculteit; 1 bestuurlijke eenheid voor een
aantal nauw verwante vakgebieden: faculteit der letteren 2 de studetenten
die in eenzelfde faculteit studeren
- Faculteitsbestuur; lichaam dat de faculteit
bestuurt
- Faculteitsraad; college, voor de helft bestaande
uit niet-wetenschappelijk personeel en studenten dat samen met het
faculteisbestuur een faculteit bestuurt
- Faculteitsvereniging; vereniging van studenten
van een bepaalde faculteit
- Feut; noviet, groentje
G
- Gala; 1 luisterrijke partij aan het hof,
synoniem hoffeest 2 schitterende en chique partij: groot gala, bijzonder
luisterrijke partij 3 staatsiekleding, door de etiquette voor het bijwonen
van een hoffeest of van een deftige partij, en voor het afleggen van
plechtige bezoeken voorgeschreven, synoniem hofkledij: in gala zijn
- Gala-avond; bijeenkomst of uitvoering in de
avond, waarbij de bezoekers in gala zijn, plechtige, luisterrijke feestavond
- Galabal; chique danspartij, waarop men in gala
verschijnt
- Galafeest; luisterrijk, chique feest
- Galakleding; deftige kleding gedragen bij
officiele gelegenheden, synoniem gala
- Galakostuum; staatsiekleed
- Gala mosje; Naaien na een gala, met de kleren
nog aan, alleen het slipje gaat uit.
- Galarok; rok gedragen bij plechtige gelegenheden
- Groentje; pas aan de universiteit gekomen
student, die zich van de oudere leden van het studentencorps allerlei
plagerijen moet laten welgevallen, synoniem noviet
I
- Inauguratie; plechtige bevestiging in een
waardigheid, synoniem inweiding, installatie
- Indrinken; voor een lange avond/nacht een paar
pilsjes drinken
- Inkakken; vertrutten, verburgelijken
- Instemmen; iemand verkiezen als huis- of
clubgenoot, Karel is ingestemd op Keizerstraat 19
- Integreren; tot een geheel, een eenheid worden
J
- Jaarclub; club van studenten die in hetzelfde
jaar zijn aangekomen
- Jaarclubborrel; wekelijkse borrel van een
jaarclub
- Jaarlied; lied van jaargenoten
- Jasje-dasje; dracht voor semi-officiele
gelegenheden of societeitsbezoek: (blauw) colbertje, hemd en das,
tegenwoordig meestal op spijkerbroek
- Jeuk; in: zij heeft er jeuk aan, zij wil
wel
K
- Kaasje; vrouw, meid
- Kaasplankje; groep/tros meiden
- Kleien; poepen
- Knor; iemand die geen lid is van een vereniging
en in het bijzonder niet van het corps
- Kroeghoer; vrouwelijk lid van lichte zeden
L
- Lapswans; luie student
- Leidingbier; laatse biertjes uit de leiding,
dikwijls gratis in verband met opruimbezigheden
- Loert; mannelijk geslachtsorgaan
- Lullo; lul "Voor mij zit een
studentenhuisje keurige corpsballen, het type dat elkaar sinds Jiskefet met
lullo aanspreekt."
- Lus; herenlid
M
- Manifesteren; zich als lid, club, dispuut o.i.d.
profileren
- Mensa; gemeenschappelijke tafel (dis),
eetgelegenheid, vooral voor studenten (mensa academica)
- Moet kunnen; geeft niets
- Muts; doos, twat, gleuf, flamoes, etc.
- Meuren; 1.slapen, 2.stinken, 3.schijten
N
- Nipt; erg cool, gaaf, goed
- Novicaat; proeftijd bij een studentenvereniging
- Noviet/novitius; aspirant-lid van een
studentencorps, synoniem groentje
O
- Ontgroenen; met allerlei plagerijen; volgens
vaste tradities ,een proeftijd doen ondergaan alvorens ze op te nemen: de
nieuwelingen worden eerst ongroend en daarna geïnaugureerd
- Ontgroening; het ontgroenen of ontgroend-worden
- Ontgroeningscommissie; commissie die de
ontgroening begeleidt
- Ontgroeningspartij; feest bij de ontgroening
- Open universiteit; organisatie voor onderwijs
aan alle mensen, ongeacht hun vooropleiding en met name voor hen die door
een volledige of gedeeltelijke baan niet in staat zijn het dagonderwijs te
volgen, met zowel schriftelijk als mondelinge lessen en vaak via radio en tv
- Ouderejaars; als verkorting van
ouderejaarsstudent; -ook als eerste lid in samenstellende afleidingen om aan
te geven dat het door het tweede lid genoemde bestemd is voor studenten die
al enige jaren met hun studie bezig zijn
P
- Plurk; synoniem voor eerstejaars
- Proletensigaar; goedkope sigaar van een dermate
slechte kwaliteit dat je er spontaan van moet gaan vomeren (te vinden bij
tankstations en supermarkten)
- Propedeuse; onderwijs of examen in algemene en
inleidende vakken aan een universiteit of hogeschool, als voorbereiding op
de latere, meer specialistische vakken
R
- Rokdas; das om bij een rokkostuum te dragen
- Rokkostuum; herenkostuum waarvan de jas als rok
gemaakt is
- Rokoverhemd; overhemd dat behoort bij een
rokkostuum
- Rokpand; onderstuk van een herenrok
- Roksknoop; knoop van of voor een herenrok
S
- Semester; zes maanden, synoniem halfjaar (vooral
als duur van een universitaire cursus)
- Sjaars; synoniem voor eerstejaars
- Stropdas; 1 hoge nauw om de hals sluitende, van
achteren dichtgegespte das, die in de achttiende eeuw en negentiende eeuw
asl onderdeel van deftige herenkleding of uniformkleding werd gedragen 2 bij
een overhemd gedragen, om de hals sluitende, vooraan gestrikte das
- Studeercel; klein studeervertrek
- Studeerkamer; kamer ingericht voor de studie
- Studeerlamp; lamp waarbij men studeert
- Student; iemand die studeert
- Student-assistent; student die assisteert bij de
uitvoering van een wetenschappelijk project
- Studentenabonnement; voor studenten tegen
verminderde prijs beschikbaar gesteld abonnement
- Studentenalmanak; door een studentenvereniging
(corps) uitgegeven jaarboek
- Studentenarts; arts ten behoeve van studenten
- Studentenbeweging; massale actie, streven in de
studentenwereld ten behoeve van nodig geachte veranderingen in het
universitaire bestel
- Studentenbureau; studentenwerkbureau
- Studentencorps; vereniging van studenten
(gewoonlijk de oudste studentenvereniging van een universiteit)
- Studentendecaan; vertrouwenspersoon aan een
universiteit of hogeschool die studenten raad geeft en voorlicht in
studieaangelegenheden en in persoonlijke moeilijkheden
- Studentendecanaat; instelling en bureau van
studentendecanen
- Studentenecclesia; parochie voor de studenten in
een universiteitsstad
- Studenteneettafel; mensa
- Studentengezelschap; vereniging van studenten,
meestal met een klein aantal leden, die zich voor een bepaald doel
aaneengesloten hebben
- Studentenhaver; gewone benaming voor een mengsel
van amandelen (thans ook wel andere noten) en rozijnen
- Studentenhuis; 1 huis waar studenten (al of niet
in gemeenschap) samenwonen 2 lokaal van een studentenvereniging
- Studentenhuisvesting; 1 het verschaffen van
woonruimte aan studenten 2 wijze waarop studenten gehuisvest zijn
- Studentenjaren; de tijd dat men studeert
- Studentenkaart; collegekaart
- Studentenkamer; kamer die door een student
bewoond of aan studenten verhuurd wordt
- Studentenkast; studentenkamer
- Studentenkat; meisje dat met studenten uitgaat
- Studentenkot; studentenkamer
- Studentenkruid; zomercipres
- Studentenleven; leven der studenten aan de
universiteit
- Studentenlied; lied, dat veel door studenten
gezongen wordt
- Studentenoproer; oproer van studenten
- Studentenouderling; ouderling belast met werk
onder studenten
- Studentenparochie; studentenecclesia
- Studentenpastor; priester belast met de zielzorg
van studenten
- Studentenpet; pet zoals die door studenten die
lid zijn van bepaalde verenigingen gedragen wordt
- Studentenpredikant; predikant die als bepaalde
opdracht heeft te werken onder studenten
- Studentenraad; vertegenwoordigend lichaam van
studenten; de Nederlandse Studentenraad
- Studentenrace; varsity
- Studentenrel; relletje van studenten of door
studenten veroorzaakt
- Studentenstad; stad waar de studenten een grote
rol spelen
- Studentenstop; vaststelling van het maximale
aantal studenten voor een bepaalde studierichting
- Studententaal; bijzondere woorden en
uitdrukkingen, bij studenten in gebruik
- Studententafel; gemeenschappelijke tafel of
eetgelegenheid voor studenten
- Studententijd; periode waarin men student is,
synoniem studiejaren
- Studentenvakbeweging; studentenvakbond
- Studentenvakbond; vakbond die de belangen van
studenten behartigt (in de jaren '60 opgericht uit onvrede met het
traditionele studentenleven)
- Studentenverening; gezelligheidsvereniging van
de studenten van een universiteit of hogeschool
- Studentenvertegenwoordiger; vertegenwoordiger
van de studenten in een faculteits- of universiteitsraad
- Studentenvoorziener; overkoepelende benaming
voor studentenarts, -decaan, -psycholoog etc.
- Studentenvoorzieningen; voorzieningen ten
behoeve van studenten
- Studentenweerbaarheid; paramilitaire organisatie
van studenten
- Studentenwerk; werk, met name zielzorg onder de
studenten
- Studentenwerkbureau; bureau dat bemiddelt voor
studenten die (als bijverdienste) zoeken, synoniem studentenbureau
- Studentikoos; (met enigszins negatieve
gevoelswaarde) zoals past bij of op de wijze van (echte) studenten, (gewild)
ongedwongen.
- Studje; studiebol
- Syllabus; verkorte samenvatting van wat
behandelt is of zal worden op een lezing, college enz.
T
- Tentamen; voorlopig onderzoek naar iemands
kennis, synoniem voorexamen (vooral bij wetenschappelijk onderwijs):
tegenwoordig hebben de tentamina over het algemeen een afsluitend en/of
absolverend karakter; het tentamen Gotisch, algemene taalkunde; een tentamen
afnemen, afleggen, doen, halen; voor het tentamen zakken; modeling,
schriftelijk tentamen
- Tentamengerichtheid; het uitsluitend studeren
voor de tentamens, niet omwille van de kennis, wetenschap
- Tentamenzitting; zitting voor het afnemen van
tentamens
- Trimester; periode van drie maanden, synoniem
kwartaal
U
- Universiteit; instelling voor hoger
wetenschappelijk onderwijs
- Universiteitsbibliotheek; bibliotheek van een
universiteit
- Universiteitsgebouw; academiegebouw
- Universiteitsraad; een van de vertegenwoordigde
lichamen van een universitaire gemeenschap (naast het college van bestuur),
ingesteld volgens de wet op de universitaire bestuurshervorming van 1970
- Universiteitsstad; stad waarin een universiteit
is gevestigd, synoniem academiestad
- Universiteitstrui; trui voor studenten, met de
emblemen of kleuren van de universiteit waaraan zij zijn ingeschreven
V
- Varsity; roeiwedstrijd tussen studentenploegen
van verschillende universiteiten
- Vetbak; frituren
- Vomeren; braken
W
- Wegtikken; opdrinken, halve liters wegtikken
- Wipsteiger; hoogslaper
Z
- Zaad; het heilige witte vocht, ook als kreet
vergelijkbaar met "Tjakka!
- Zaak; de zaak, de societeit